Column Aapje

17 maart 2019

Robert-Jan Bakker

SPIEDEND AAPJE

Grote kans dat u zich, lopend op het Rokin, op de hoek van de Wijde Kapelsteeg, waar vroeger hervormde kerkgangers bijeenkwamen in de Nieuwe Zijds Kapel
en nu spookhuis The Dungeon is gevestigd, altijd onbespied hebt gewaand.

Ik weet ook nog maar kort dat dit niet zo is. Op de daklijst van het pand op die hoek met huisnummer 72, de winkel van Schmidt Optiek, staat het Spiedende Aapje, gebeeldhouwd door Dirk Polet. Hij is de vader van Johan Polet (1894-1971) van wie op verschillende plaatsen in onze stad beelden te vinden zijn. Mijn belangstelling voor hem is gewekt doordat hij van een zus van onze moeder, die toneelspeelster was, een portretbuste heeft gemaakt.

Eind vorig jaar was in Museum More in Gorssel een tentoonstelling aan zijn werk gewijd. Bijzonder, omdat hij in de oorlog fout is geweest. Op die tentoonstelling kon je zwart op wit lezen hoe hij in de ‘Noordse ideologie’ die door Hitler werd aangehangen geloofd heeft. Een beeld waaraan hij al voor de oorlog in opdracht van de gemeente Amsterdam was begonnen om cadeau te doen aan Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam, De Scheppende Wil, is wel voltooid, maar daar onmiddellijk in de kelder gezet. Nu was het in dat gloednieuwe Overijsselse museum te bewonderen. Polet kreeg veel opdrachten. Ook nooit geweten dat de watermon-sters op de brug naar het Leidseplein van zijn hand zijn. Het kolossale beeld dat hij, betaald met dubbeltjes en kwartjes vanuit de arbeidersklasse, van Domela Nieuwenhuis maakte, staat op het Nassauplein tegenover de Haarlemmerpoort.

Ik moet er nog gaan kijken, want ik loop dus hopeloos achter met de kennis van het werk van deze zeer begaafde beeldhouwer, die in één adem genoemd wordt met Hildo Krop, die velen wel kennen, al is het maar van naam. Naar zijn beeld van de bootwerker op het Enkhuizerplein in noord staat ook nog een ritje op het program-ma. De verbeelding van een studerende jongeman stond op de tentoonstelling en schijnt een vaste plaats te hebben in de binnentuin van de Universiteitsbibliotheek aan het Singel.

Pijnlijk hoe de Tweede Wereldoorlog nog altijd doorwerkt in het hart en geheugen van zovelen die er de vernietigende werking van ondervonden hebben. Troostvol dat de tijd er aan heeft meegeholpen om de prachtige scheppingen van deze man in de schijnwerpers te zetten. Het beeld van Domela Nieuwenhuis, zo groot dat hij in de jaren dertig naar Duitsland moest uitwijken om het gegoten te krijgen, was na-tuurlijk niet weg te krijgen. Kon het al niet door omvang en gewicht dan wel door de liefde waarmee het door tienduizenden arbeiders (er kwamen vijftigduizend mensen naar de onthulling) in hun hart werd gedragen.
En dat aapje? Omdat vader Dirk Polet niet omstreden is geraakt, hoefde dat niet onzichtbaar gemaakt te worden. Dat had ook moeilijk gekund. Ongenaakbaar staat het daar op de daklijst, hoog en onbereikbaar. Je moet echt heel goed naar boven kijken. Het is maar dat u het weet, als u nog steeds dacht daar onbespied voorbij te kunnen lopen. Ik weet het zeker: dat aapje ziet alles.

 

R.J. Bakker

 

 

 Reageren? e-mail:

Column Thuiskomen bij mijzelf

17 februari 2019

Jean Paul Kruk

Thuiskomen bij mijzelf

 

“… Weet je, van het donker hier op aarde leer je meestal zoveel meer dan van het licht. Maar daarom ben je ook hier: opdat je van het vele donker zult leren en gees- telijk zult groeien. Straks kom je weer thuis in het land van het licht …”                                           Hans Stolp, “Jou heb ik nodig”

  1. Mijn columns staan dit jaar in het teken van de beeldspraak, van de metafoor: Thuiskomen bij mijzelf, de haven, de tuin en de regenboog. Elk mensenleven kent zijn moeilijke ‘life events’, tegenslagen, malheur, pech: bijv. ziekte, het verlies van een geliefde, een dierbare door overlijden, scheiding, een depressie of burn-out. Zelf heb ik dit ook in 2010-2011 zo gevoeld, beleefd en ervaren. Dat de bodem onder mijn leven werd weggeslagen. Donker. Ik ging op een zoektocht, naar wie ik werke- lijk was. Wat ik wilde met mijn leven. Om mijzelf te her-ontdekken, her-vinden. De verwonde- ring om de schoonheid van het leven. Een transformatie volgde. Ik ver- bond mij opnieuw met mijn hart, mijn ziel en met gelijkgezinden- en gestemden. Ik vond mijn bestemming, mijn levensmissie en kwam thuis … bij mijzelf. Licht. Het is net als de parabel van de verloren zoon in de bijbel. Hij eiste het erfdeel van zijn va- der op, leid de een losbandig leven, verbraste zijn vermogen, raakte aan lager wal en keert terug … naar de nestwarmte van zijn vader. Die hem in genade aannam, liefde- en begripvol, empathisch, gastvrij. Eind goed, al goed. En de zoon kwam thuis op een manier die hij zelf niet voor mogelijk had gehouden. Rembrandt, in zijn kunst, Henri Nouwen, in zijn boeken, visualiseren deze thuiskomst op een authentieke, in drukwekkende wijze. Gedetailleerd, met de kwast en de pen, werken zij het “gevoels moment” van het thuis komen van de zoon bij zijn vader uit. Ik werd in het voor jaar 2015 ook op het spoor van thuiskomen gezet: ik las spirituele boeken, zag films en zette mijn pleidooi voor zachtmoedigheid en authenticiteit op papier. Een deugden ethiek voor een authentiek christelijke, humane levensstijl 2.0 (christelijke levens- wandel, een trainingsprogramma?). Hoe kan ik als christen, kunnen wij als broeders en zusters in een christelijke geloofsgemeenschap, een tegenbeweging/-cultuur zijn in een harde, d o n k e r e, gebroken, gewonde en gewelddadige wereld? Die repara tie, h e l i n g, zachtheid, authenticiteit en ons l i c h t behoeft. De wereld een stukje beter maken, mooier kleuren. In felle kleuren of in zachte pasteltinten. In publicaties (artikelen, columns, een stilteviering, een korte presentatie (Open Podium: “Ik ben die ik ben”), in audio-visuele presentaties/gesprek (filmmiddag/koffietafel: film Des Hommes et des Dieux: vernissage /expositie/ presentatie van vijf kunstwerken/schil- derijen) bracht ik mijn project, mijn (ziels) m i s s i e over het voet licht en kwam thuis bij mijzelf. Een e p i s c h moment in mijn leven. Een mijlpaal. Waarop ik met dank- baarheid terug kijk: ik ben een ge-zeg-en-d mens. Om anderen tot zegen te zijn.

Maar nu ben je hier en nu mag je deze donkere wereld een klein beetje lichter ma ken. Nu mag je met je liefde, je geduld, je volharding en je trouw de aarde verlich-     ten.”                                                                                                (Hans Stolp, idem)

Jean-Paul Kruk

 

Reageren? e-mail:

Column Sodom en Gomorra

13 januari 2019

Henny Ridderikhof

Sodom en Gomorra

Eerst een spoiler alert voor de mensen die de film "Becoming Astrid" nog willen zien. Deze column begint met een citaat uit deze ontroerende film over een vrouw (de jonge Astrid Lindgren) die erg geleden heeft onder de moraal in Zweden van een kleine eeuw terug.

"Waar zou je liever willen wonen, in Sodom of Gomorra?" vraagt Astrid aan haar broer en zusjes als ze uit de kerk komen. In Sodom drinken ze de hele dag soda (limonade) en in Gomorra zeggen de mensen de hele dag "god morgon" (goedemorgen). Uiteraard krijgt ze voor deze opmerking een uitbrander van haar ouders, Sodom en Gomorra, daar mag je niet mee spotten!

Sodom en Gomorra werden en worden altijd in een adem genoemd, een soort Driebergen-Zeist avant la lettre. In de Bijbel gaat het over een gebeurtenis die zich afspeelde in Sodom. Twee engelen bezochten Sodom en Lot nam de engelen als gasten in huis. Maar nog voordat Lot en zijn gasten konden gaan slapen, liepen alle mannen van Sodom bij Lots huis te hoop, jong en oud, niemand uitgezonderd. ‘Waar zijn die mannen die bij je overnachten?’ riepen ze Lot toe. ‘Breng ze naar buiten, we willen ze nemen!’ Lot ging naar buiten en deed de deur achter zich dicht. ‘Maar vrienden, zoiets kunnen jullie toch niet doen, zei hij. Om homoseksuele verkrachting van zijn gasten te voorkomen, bood Lot tevergeefs zijn twee jonge dochters in ruil aan zijn stadsgenoten aan. Maar van verdere schending van het heilig gastrecht komt het niet: de engelen slaan hun aanvallers met blindheid.

Dit verhaal lijkt erg veel op Richteren 19, met dien verstande dat er in Richteren 19 wel een onschuldig slachtoffer valt. Ook in dit verhaal willen de mannen van een stad graag de (mannelijke) gast verkrachten. Blijkbaar een dingetje in die tijd. Ook in dit geval biedt de gastheer zijn dochter én zijn bijvrouw aan. Als de situatie echt nijpend wordt "grijpt de gastheer zijn bijvrouw en brengt haar tot hen naar buiten" Zij wordt vervolgens de hele nacht tot aan de dageraad verkracht. 's Morgens doet de gastheer de deur open, om zijns weegs te gaan! (a man's got to do, what a man's got to do nietwaar) en ziet zijn bijvrouw op de drempel liggen. Hij zegt; sta op!...maar niemand antwoordt. Logisch, want de bijvrouw is dood.

En nu is mijn vraag: hoe komen mensen op het idee dat deze twee afschuwelijke verhalen het bewijs leveren dat God homoseksuele LIEFDE afwijst? Want is hier sprake van liefde? En hoe kan het dan dat ineens - bijwijze van spreken - heel Driebergen-Zeist homoseksuele gevoelens heeft? En dat in Richteren 19 alle homo's ineens zo ontzettend hetero worden dat ze een vrouw zo langdurig verkrachten tot de dood erop volgt? Ik ben geen theoloog maar ik heb het vermoeden dat deze verhalen gaan over mannelijke agressie, testosteron bommetjes zeg maar. En ja, dat is mij ook een gruwel! Geef mij maar gewoon een lieve man!

De engelen maanden Lot en zijn gezin Sodom te verlaten en niet om te zien. Lots vrouw kon echter aan de verleiding geen weerstand bieden, zij draaide zich wel om en veranderde onmiddellijk in een zoutpilaar. De les uit deze zin is volgens mij (leek, ik zeg het nog maar een keer), niet teveel achterom kijken voor je het weet ben je een pilaar.
Ik zou trouwens liever de hele dag soda drinken in plaats van de hele dag "goedemorgen" moeten zeggen. En u?


 Henny Ridderikhoff

Reageren? e-mail: 

Column Kostbare post

9 december 2018

Robert-Jan Bakker

KOSTBARE POST

Opeens werd het woord postwet genoemd. Het was in een onderdeel van het televisie-journaal over postpakketjes die een explosieve inhoud kunnen hebben.

Als die door PostNL worden bezorgd, mogen ze niet zomaar worden opengemaakt, omdat ze, net als brieven, onder het briefgeheim vallen. Wanneer een ander bedrijf de vervoerder is geweest, is er van zo’n beperking geen sprake en hoeft er geen officier van justitie aan te pas te komen.

Op het internet vind je in één oogopslag de geschiedenis van die postwet. De eerste kwam in de Franse tijd en de tweede in 1850. Leuk om te lezen dat die wet invoering van de postzegel en brievenbussen mogelijk maakte. Niet langer hoefde men op de openingstijd van het postkantoor te wachten, maar konden brieven met een zegel op elke gewenste tijd worden verzonden. Die wet regelt ook dat iedere burger van ons land, waar die ook woont, recht heeft op postbezorging.

Mijn collega Reeling Brouwer schreef daar in 1983 een gedegen artikel over, omdat de ambtenaren van de post staakten en onze stedelijke gemeente toen maar gebruik gingen maken van een commerciële postbezorger. Hij wilde aantonen dat we zuinig moeten zijn op onze post.

Wat wil ik nu met deze zinnen bereiken, waarde lezer? Dat ik u mag aanmoedigen post met een zegel te blijven versturen, wanneer u dit toch al gewend bent. Met het unieke voordeel van het briefgeheim dat niemand er in kan of mag kijken. Met het nog mooiere voordeel dat u en ik ons handschrift blijven gebruiken en dit voor anderen vertrouwd en herkenbaar zal zijn.

Taaie strijd, dat wel, want die zegels worden met het jaar duurder en daarom is het gebaar van voordeliger decemberzegels altijd een prachtige steun in de strijd om het behoud van de briefpost. Via het net zo’n wens sturen en ontvangen is zeker sympathiek, maar dat helpt niet mee om de oranje-rode brievenbussen op hun plaats te houden. De laatste tijd zijn er overal al bussen weggehaald, omdat daar blijkbaar te weinig post in werd gedeponeerd.

Mooie ironie trouwens dat u dit bericht in typeletters via het scherm vindt en niet in de brievenbus. Zo moeilijk is het nu om een consequente ijveraar voor de post met een zegel te zijn.

 

R.J. Bakker

 

 

 Reageren? e-mail:

Column Mildheid

4 november 2018

Jean Paul Kruk

Mildheid

“Laten wij ons toewijden aan wat de oude Grieken jaren geleden in dankbaarheid aan de mens toe schreven, om het leven in de wereld mild te maken.”                                                                            

                                                                                                                          Robert F (Bobby) Kennedy                                                                                               

Mildheid is de laatste van de vier kwaliteiten, waarden van het hart, naast schoonheid, zachtheid en tederheid, die ik in 2018 in de etalage zet. Het woordenboek geeft als synoniem van mild zachtaardig, zachtmoedig en vriendelijk. De vlag dekt de lading. Het is de zorgzaamheid die ontspringt uit mededogen. Je hebt oprechte zorg voor en het welzijn van anderen. Je bent warm, vriendelijk, en bereid te helpen. Je luistert naar de behoeften achter de woorden. Je geeft op een eenvoudige manier de tedere aandacht die anderen geluk brengt. Het is de eerste stap naar geluk en de alledaagse vorm van liefde. Wanneer je boos bent, weersta je de verleiding om hard te worden. Je houdt eerlijkheid en tact in balans. Je denkt eraan ook goed te zijn voor jezelf. Wanneer je je je eigen beker vult, vloeit je goedheid vanzelf over naar anderen. Mildheid is dus gerelateerd aan genade, barmhartigheid. Genade is een houding waaruit positieve onveranderlijkheid spreekt. Genade overstijgt schuld en boete.

Iemand die mild is in zijn gedrag is zacht van aard en heeft de moed om zacht te zijn. In een samen leving die zich verhardt staat mildheid onder druk. Vriendelijke mensen zijn als zonnestralen: ze verwarmen het innerlijk van de medemens. Een praktijkvoorbeeld? Wandelend in een dorp, op het platteland, in de natuur, zul je ervaren dat iemand die je tegemoet komt je vriendelijk groet. Een ongeschreven regel. Een mild en vriendelijk mens is meestal gericht op de ander en ziet hem of haar werkelijk staan.

Een ander, treffend voorbeeld is de parabel van de overspelige vrouw in de Bijbel. Genade is als een milde regenboog die schreeuwt om water. Jezus oordeelt de vrouw niet. Hij stelt de hypocrisie van de getuigen aan de kaak en legt deze bloot. Hij neemt de wet serieus, is tegelijkertijd messcherp, maar ook mild. Mildheid wordt vaak geassocieerd met mensen ‘op leeftijd’, met levenservaring, met geestelijke bagage in hun rugzakje. Ze weten van de hoed en de rand. Hoe het leven is en wat werkt. Mildheid komt, net als wijsheid, met de jaren. Hoe ouder, des te milder. De ruige (rafel)randjes gaan eraf. Vriendelijkheid. De macht van mildheid is het water dat de harde steen erodeert, zacht maakt.

Mildheid is, net als zachtheid en tederheid, een parel. Een teken van humaniteit en van hoop in een verharde samenleving en kille, gewelddadige, wrede wereld. De wereld heeft licht nodig in het don ker. Kijken door een milde, vriendelijke bril, is een vorm van creativiteit om om te gaan met dilemma’s en benarde situaties. Het kweekt goodwill en nieuwe kansen voor alle betrokkenen zonder dat de wet of een regel geweld aangedaan wordt.

“Wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid in de tuin van de buren niet.”

Beter: ‘’ … Ik heb een tuintje in mijn hart ….: Laat de bloemen bloeien.

Wees mooi, zacht, teder en mild. Dit zijn de kwaliteiten, de waarden van het hart. Ze zullen je geen windeieren leggen, maar hun vruchten afwerpen in je omgang met je medemensen.

Jean-Paul Kruk

 

Reageren? e-mail: