Column Pastoraal Kardinaal

20 september 2020

Robert-Jan Bakker

 PASTORAAL KARDINAAL

Twee weken geleden is Kardinaal Simonis overleden. In de pers is hieraan ruime aandacht besteed. Zijn uitvaartdienst werd op de televisie uitgezonden. Hij was immers vele jaren de hoogste geestelijke in de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland en bijna vijftig jaar bisschop.

Vorig voorjaar ben ik op een ochtend door hem ontvangen in zijn huis in Voorhout. Pater Scholtes, die pastor van de Paulus-parochie in Osdorp was, hielp me aan zijn adres en moedigde me aan om een bezoek te vragen.

Brief en bezoek zijn er gekomen, om de kardinaal mijn bewondering te laten weten voor zijn stellingname met betrekking tot de gestorven, ongedoopte kinderen. Ik kan me indenken dat veel mensen zich afvragen waarom je je daarin in ’s hemels naam zou verdiepen. Volgens de klassieke leer van de rooms-katholieke kerk moet een mens gedoopt zijn om na het sterven deel te kunnen krijgen aan het eeuwige leven. Een niet-priester was, als het kind dreigde te sterven, bevoegd om de nooddoop te bedienen.

Zo kende de Gereformeerde Kerk de vroegdoop. Als de moeder nog het kraambed moest houden, ging de vader op de eerste zondag na de geboorte met het kindje naar de kerk om het te laten dopen. Dan kon het, mocht het sterven, niet verloren gaan. Veel ouders hebben onder deze wrede opvatting bitter geleden. Hadden ze al hun kind verloren, was het ook nog eens niet behouden door de eeuwige God en mocht het niet in gewijde aarde worden begraven.

In de buurtschap Reutum in Twente heeft een pastoraal werker het initiatief genomen om een monument te plaatsen voor de ongedoopte kinderen. Kardinaal Simonis hoorde hiervan en legde in een preek in de parochiekerk daar uit waarom hij de stichting van dat monument steunde. Tijdens mijn bezoek las hij de belangrijkste passages uit die preek aan me voor. Ik had hem in mijn brief wel willen winnen voor de hervormde traditie van de geboorteleden. Die kwam erop neer dat je als kind van hervormde ouders ook zonder gedoopt te zijn tot de kerk behoorde. Omdat de kerk er is door het verbond van de Heer met ons. De kardinaal verwoordde het zo: een niet-gedoopt, gestorven kind is geborgen in het geloof van de ouders.

De kardinaal is omstreden geweest vanwege zeer behoudende opvattingen en zijn schokkende ontkenning van het kindermisbruik in de kerk. Maar iedereen heeft kunnen lezen hoe pastoraal bewogen hij als priester was en beminnelijk als mens. Zijn stellingname rond de ongedoopte kinderen is daar een indrukwekkend voorbeeld van. Net als een bericht dat later op mijn telefoonbeantwoorder stond, waarin hij nog wilde vertellen dat de amaryllisbol die ik voor hem had meegebracht in volle bloei stond.

 

R.J. Bakker

 

 Reageren? e-mail: