Column Bij het overlijden van mijn vader

19 april 2020

Henny Ridderikhof

Bij het overlijden van mijn vader

Een paar keer per jaar ben ik aan de beurt voor de column van de website van onze kerk. Zo ook deze week. Maar mijn hoofd staat nu even na iets anders want op 4 april jl. is mijn vader overleden. Niet aan het gevreesde virus voor wie zich dat afvraagt. Wel is het rouwen in deze tijd van de intelligente lockdown extra zwaar omdat grote bijeenkomsten én knuffelen nu niet mogelijk zijn. Bovendien is het aantal overledenen in de afgelopen weken uitzonderlijk hoog geweest , het hoogste aantal sinds de hongerwinter. Vele families zijn, juist in deze loodzware periode, in de rouw. Daarom kies ik er voor om deze keer een gedicht van Toon Hermans te publiceren dat mijn vader altijd erg mooi vond en dat ik ook heb voorgelezen op zijn uitvaart.

Henny Ridderikhoff

 

Er moet toch 'n plek zijn, 'n land of 'n rijk
Waar iedereen happy is en iedereen gelijk
Er moet toch zo'n plek zijn, of dacht je van nee
ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee

Er moet toch 'n plek zijn, heel ver hier vandaan
Daar kookt nooit wat over, daar brandt nooit wat aan
Geen vel op de melk en geen vlieg in je thee
Ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee

Er moet toch 'n plek zijn, misschien wel heel hoog
Daar krijg je in 't bad nooit meer zeep in je oog
Er is altijd plezier en papier op de plee
‘k Weet ‘t niet zeker, maar ik heb zo'n idee

Er moet toch 'n plek zijn, vèr weg zeggen ze
Daar glijdt nooit je broek van je kleerhangertje
Het kan er niet tochten en d'r is geen tv
‘k Weet ‘t niet zeker, maar ik heb zo'n idee

Er moet toch 'n plek zijn, zo kinderlijk speels
Daar loopt nooit de rits van je gulp uit de rails
En niemand is hongerig en niemand blasé
Ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee

Er moet toch een plek zijn van 'n ander allooi
Ver weg van de haat en het kleine geklooi
Geen roddels, geen pijn en geen ach en geen wee
Ik weet het niet zeker, maar ik heb zo’n idee

En als je daarboven opnieuw bent ontwaakt
En je denkt aan wat heb ik me te sappel gemaakt
Dan begrijp je de sores die je had hier benee
Ik weet het niet zeker, maar ik heb zo'n idee

Daar is alles anders, de poen en de sex
Je gaat er ook heen zonder traveller-cheques
Maar als d’r één gaat, roep ik nooit 'mag ik mee'
Want ik weet het niet zeker, maar ik heb zo’n idee.

 Toon Hermans

 

Reageren? e-mail: 

Column Tot het voorbij is

15 maart 2020

Robert-Jan Bakker

TOT HET VOORBIJ IS

Bij het ouder worden kan de gedachte post vatten dat je alles al een keer hebt meegemaakt. Toch blijkt dit regelmatig niet te kloppen, zo onverwacht als het leven soms kan uitpakken. Deze dagen is dat ondubbelzinnig het geval. Zelfs de oudsten onder ons, die de oorlog nog hebben meegemaakt, zullen niet eerder hebben beleefd dat de kerk op zondag gesloten blijft. Zij kunnen vertellen dat de kerken in de oorlogsjaren juist voller zaten dan de tijd daarvoor. Wel gek trouwens dat je nu moet willen dat er niet meer dan honderd mensen naar de kerk toekomen.

De angst kan toeslaan, om uiteenlopende redenen. De eerste is natuurlijk de vraag of wij zelf van dat corona-virus ziek kunnen worden en anders wel mensen met wie we een hechte band hebben. Het hemd blijft altijd nader dan de rok. Maar ook voor de wijdere kringen van het leven geldt deze dagen een intense bezorgdheid. Werk en inkomsten vallen zo maar ineens voor velen weg en wie van een pensioen leven, weten dat de koersval van de aandelen een aanslag betekent op de pensioenfondsen, die toch al moeite hebben om het benodigde geld binnen te krijgen om aan de uitkeringsverplichtingen te kunnen voldoen.

Waarheden als koeien, die eerder aan leeuwen en beren doen denken. Historische voorbeelden kunnen helpen om meer zicht op deze nieuwe situatie te krijgen, maar een bekende krantencolumnist geeft vandaag de Franse president ervan langs om een vergelijking te trekken met de Spaanse griep uit 1918/1919, die oneindig veel slachtoffers maakte. In Nederland bezweken er dertigduizend mensen aan.

Waar geloof een rol speelt, wordt vaak geschamperd dat je toch niet in een God kunt geloven, als er zoveel tegenspoed is. Wie het geloof niet kwijt wil, kan er hoop in vinden. Dan zijn er stemmen te horen die vooruit helpen kijken naar de tijd dat we op deze akelige periode kunnen terugkijken. De tijd die nu vrij valt door alles dat niet door kan gaan, kunnen we benutten voor wat lang niet aan bod is gekomen. We krijgen de kans om vooruit te denken hoe we zaken anders zouden willen aanpakken. Met hulp van God en mensen, want juist in de crisis hebben we elkaar nodig en kan geloof het vertrouwen geven dat we er niet alleen voor staan. ‘Altijd is er dit stil gezelschap’, schreef een Amsterdamse dominee tachtig jaar geleden, aan het begin van de oorlog. ‘Het gaat met ons mee de diepten door en over de hoogvlakten.’

 

R.J. Bakker

 

 Reageren? e-mail:

Column Nederigheid

16 februari 2020

Jean Paul Kruk

Nederigheid

Ik verlang ernaar grote en nobele daden te verrichten, maar het is mijn dagelijkse plicht om nederige taken te verrichten alsof ze groot en nobel zijn.    

Helen Keller

2020. Nieuw jaar, nieuwe kansen en dito mogelijkheden.

Vier columns. Thema’s: Nederigheid; dienstbaarheid; twee essentiële deugden, die het verschil in het leven van mensen waarden; en de empathische – en de spirituele samenleving.                                                                                                                                        

Ik vind het altijd een mooi beeldverhaal voor kinderen. Palmzondag. Visualiseer Jezus, geze ten op een ezelin. Nederig, niet op een paard, een strijdros. Om de strijd aan te gaan. Op een ezel, niet dom, wel koppig, eigen-wijs, maar ook het symbool van zacht-moed-igheid. Deze koning, Vredevorst, laat niet het recht van de sterkste, de macht-door-geweld, gelden. Hij leeft naar de macht van de liefde: de weg van (opr)echt, authentiek leven is een weg van ver-trouw-en, vrede, geduld en zachtmoedigheid. Jezus straalt niet de arrogantie van de macht uit. Gebruikt geen spierballentaal- en machtsvertoon. Blaast niet hoog van de toren, als een blaaskaak, doet niet gewichtig, roeptoetert niet aan de zijlijn, bedient zich niet van oorlogsretoriek, de roep om wraak, vergelding (maar: de wraak is aan Mij … geen kwaad met kwaad vergel den … overwin het kwade door het goede, 2 Corinthiërs 12: 19-21).

Jezus stelt zich kwetsbaar op, durft de minste te zijn. Hoogmoed komt voor de val. Overmoed (Gr. hubris), denk aan Achilles’ zijn hiel, in de klassieke oudheid evenzo. Zijn zwakke plek werd hem fataal. Jezus, was nederig van hart, zachtmoedig. Hij nodigde de belasten, fysiek, mentaal, met een zwaar juk, naar hem toe te komen. Om ze te helen en rust te ge ven. Het ritueel van de voetwassing door Jezus voor een maaltijd, is een teken van nederigheid. Waar slaven dit werk eigenlijk deden, is Jezus de minste, stelt hij zich nederig, dienstbaar op t.a.v. zijn discipelen. Is hij een rolmodel, geeft hij het goede voorbeeld. Dat doet (na) volgen.

Nederigheid is eenvoudig zijn, ongekunsteld en ingetogen. Met nederigheid worden je standpunten en de behoeften van anderen even belangrijk als die van jezelf. Je helpt graag en accepteert hulp wanneer je die nodig hebt. Wanneer je pijn veroorzaakt, iemand kwetst of bena deelt, ben je bescheiden genoeg om dat toe te geven en het goed te maken. Fouten maken mag. Je leert ervan. Je herstelt je fout. Je aanvaardt de lessen de het leven brengt; je weet dat die vaak de beste leermeesters zijn. Nederigheid is niet hetzelfde als vernedering. Je be schaamt jezelf en anderen niet met het waanidee dat je perfect moet zijn. Nederigheid herinnert je eraan dankbaar te zijn. Je bent dankbaar voor de deugd nederigheid. Van mij mag ze salonfἂhig worden, ingeburgerd raken. Zij is je belangrijkste lerares. Je bent weerbaar, veerkrachtig. Je kunt je eerste oordeel over iemand, over iets bijstellen. Je bent werk in uitvoering. Je mag er zijn, precies zoals je bent. Nederig van hart. Zachtmoedig, zoals Jezus.

 

 Jean-Paul Kruk

 

Reageren? e-mail:

Column Tweetalig

19 januari 2020

Henny Ridderikhof

Tweetalig.

De geboorte van de Heiland is niet verkondigd, vertelde mijn moeder verontwaardigd over de kerstpreek in haar PKN kerk.. Nu zou ik natuurlijk de preek kunnen terug luisteren op internet om mijn eigen oordeel te vellen, maar daar gaat het niet om. Bovendien weet ik dat mijn moeder op het moment dat ze de tale Kanaäns spreekt geen tegenspraak duldt. Dat is altijd al zo geweest.

Ik ben de trotse bezitter van het Bijbeltje van mijn oma, mormor (moedersmoeder) zoals ze dat in het Zweeds zeggen. Nou ja, Bijbel. Eigenlijk zijn het de boeken "des nieuwen Testaments", Het boek van psalmen benevens enige gezangen (uit de berijming van 1773) en De Heidelbergse Catechismus, formulieren en gebeden bij de Gereformeerde Kerken van Nederland in gebruik. Prachtige taal. Stel dat wij van de liturgie commissie zouden verklaren dat we "met alle nauwkeurigheid hebben toegezien dat in deze nieuwe liturgie niets mogte voorkomen enigszins strijdig met de aangenoomene leer der PKN zoals die naar Gods woord in eeuwen oude stukken vervat is gelijk wij ook in gemoede verklaaren dat in deze liturgie niets gevonden wordt in het allerminste afwijkende van de bovengemelde eeuwen oude stukken 't welk wij getuigen met ondertekening onzer handen." Dan zou tegenspraak, laat staan evaluatie van de nieuwe liturgie, volstrekt ongepast zijn.

Amarja was, net als ik, een liefhebber van de tale Kanaäns. In maart 2018 zouden wij samen naar een bijeenkomst gaan met Franca Treur, waarin ze zou vertellen over haar boek "Hoor nu mijn stem" Helaas heb ik daar door tijdgebrek op het laatste moment van af moeten zien. Amarja is wel geweest, getuige een gesigneerd exemplaar van het boek dat ik tijdens het opruimen van haar flat in haar boekenkast vond. Ik heb het boek meegenomen en in een ruk uitgelezen. Het verhaal van het Ina die opgroeit in een zwaar gereformeerde omgeving in Zeeland en als student in Leiden al haar zekerheden ziet verdampen is zeer invoelbaar. Vooral het moment waarop ze belijdenis doet in de kerk van haar jeugd in aanwezigheid van nieuwe vrienden uit Leiden vond ik aangrijpend. De verwarring die zij voelt omdat er wel twee personen in haar lijken te wonen, een Zeeuws refomeisje én een Leidse studente psychologie, deed mij denken aan mijn moeder. Gelukkig weet ik door het taal- en stemgebruik van mijn moeder wie er aan het woord is én dus wanneer het niet de bedoeling is dat ik door vraag. Zij heeft mij immers tweetalig opgevoed.

 

Henny Ridderikhoff

 

Reageren? e-mail: 

Column Een enkele stem die de doorslag geeft

15 december 2019

Robert-Jan Bakker

EEN ENKELE STEM DIE DE DOORSLAG GEEFT

Elke dag zijn er overal in het land mensen aan het vergaderen. In welk verband of voor welk doel ook. Maar er zijn verbanden waar slechts één of twee keer per jaar beraadslagen nodig is. In onze Opgang-kerk komt hooguit twee keer in het jaar een groepje van vijf mensen samen om te overleggen aan welke doelen de rente van een bescheiden oud kapitaal uit de vorige eeuw kan worden overgemaakt. Het moet met godsdienstonderwijs te maken hebben en scholen of instellingen op dat gebied kunnen een aanvraag doen. De tweede bestuursvergadering van dit jaar moest zelfs worden afgezegd, omdat er geen aanvragen te bespreken waren.

Al weer een tijd geleden lag er een verzoek op tafel, waarvan ik het nut absoluut niet kon inzien. Ik was de enige, want de ander bestuursleden stonden er welwillend tegenover. Het zal ook door mijn felle aard zijn geweest, dat onze penningmeester uitsprak: als jij er zo mordicus op tegen bent, kunnen we dit verzoek niet inwilligen. Een ander bestuurslid vertelde van een gewoonte in gereformeerde kerkenraden in het geval dat slechts één lid bezwaren zag om een bepaald besluit te nemen. Dan moest de voorzitter aan het bezwaarde lid vragen: ‘Kunt u dit dragen?’ Als de bespreking die ene tegenstander niet op andere gedachten kon brengen, ging het voorgenomen besluit eenvoudigweg niet door.

Wie mij kennen, weten hoe hervormd ik altijd ben geweest en daarmee kritisch op de gereformeerden met hun enorme nadruk op het collectief. Ik was door dit voorbeeld uit de gereformeerde traditie met stomheid geslagen. Tegengesproken in mijn vooroordeel dat daar de enkeling altijd het onderspit moet delven.

Jammer voor de aanvragende instantie die toen van ons bestuur een afwijzing kreeg. Om er maar direct aan toe te voegen: zij lieten het er niet bij zitten en dienden de aanvraag, wat anders ingekleed, nog een keertje in. U begrijpt dat ik niet opnieuw ben gaan dwarsliggen. Ik had mijn erkenning gekregen. En een geheid oordeel was ik kwijtgeraakt.

 

R.J. Bakker

 

 Reageren? e-mail: