Column Niet doemdenken maar doen-denken

14 oktober 2018

Henny Ridderikhof

Niet doemdenken maar doen-denken.

Ik las in het kerkblad dat "spreken over je geloof" het thema van dit nieuwe seizoen is. Nu heeft de dominee waar ik in de jaren 80 belijdenis bij heb gedaan, Ds. Joost Cohen-Stuart, mij geleerd dat het woord "Dabar" erg belangrijk is in onze Joods-christelijke traditie. Het betekent; woord en daad zijn één. Nu ben ik toevallig ook nog geboren in Rotterdam, de stad van geen woorden maar daden, dus het zal u waarschijnlijk niet verbazen dat ik liever laat zien waar ik in geloof dan dat ik daar over spreek. Bovendien ben ik ontzettend nieuwsgierig en daarom luister ik liever naar voor mij onbekende verhalen dan naar mijn eigen verhaal, want dat ken ik al! En er is een risico dat spreken over je geloof preken wordt. En preken laat ik liever over aan mensen die er voor hebben doorgeleerd.

Mijn generatie is opgegroeid tijdens de koude oorlog. Het doem denken was wijd verspreidt. Maar "wij" (jongeren in de kerk) hadden de Bergrede als manifest. We veranderden de tekst van het kinderliedje "stil maar, wacht maar" in "bid maar, werk maar" en gingen iets doen. Wij trokken naar Nicaragua en El Salvador waar de strijd tussen Oost en West letterlijk over de hoofden van de bevolking werd uitgevochten (en waren dan ook in shock toen 4 van onze IKON journalisten in El Salvador met steun van de VS werden vermoord). Wij reisden naar de DDR, waar de mensen ook in een dictatuur leefden maar nu juist onder een socialistisch ( lees communistisch) regime. Wij demonstreerden tegen het apartheidsregime in Zuid Afrika dat juist vanwege de koude oorlog kon blijven zitten ( het ANC was immers "communistisch"). En natuurlijk demonstreerden wij tegen de levensgevaarlijke wapenwedloop. De lieve levende aarde mocht niet ten onder gaan! Wij zijn dus nogal van "Practice what you preach".

Heden ten dage zit mijn generatie misschien niet meer op iedere zondag in de kerk. Maar we komen elkaar nog wel tegen; óveral waar mensen of het milieu in verdrukking dreigen te raken. En als wíj elkaar spreken hebben we aan een half woord genoeg.

 

Henny Ridderikhoff

Reageren? e-mail: 

Column Wereldraad-jubileum in een persoon

9 september 2018

Robert-Jan Bakker

WERELDRAAD-JUBILEUM IN EEN PERSOON

Op donderdag 23 augustus 2018 was de Nieuwe Kerk op de Dam gevuld met mensen uit buiten- en binnenland om het jubileum van de Wereldraad van Kerken te vieren. Die was precies zeventig jaar geleden op diezelfde plaats opgericht onder de bezielende leiding van een Nederlandse theoloog, Willem Visser ’t Hooft. Hij bekroonde op die dag met alle vertegenwoordigers van toen 147 kerken uit de hele wereld de wil tot samenwerking van christenen, zoals die al bijna vanaf het begin van de twintigste eeuw in gang was gezet. Onder verschillende namen en in diverse internationale bijeenkomsten in uiteenlopende landen.

Inmiddels is het aantal lid-kerken bijna verdubbeld. Voor ons in Osdorp-Sloten zou het bijna niet opvallen, omdat tegelijk met de totstandkoming van ons stadsdeel de oecumene in Nederland op verrassende manier werd ontwikkeld. Toen ik hier als predikant begon, hoefde ik aan die samenwerking niets te doen, want die was er al. Ik hoefde er alleen maar van te genieten en dankbaar voor te zijn. En ermee door te gaan natuurlijk, maar dat ging vrolijk en zonder moeite, tot de bisschop van Haarlem er stokjes voor begon te steken. Daarom was het wel heel mooi dat op die feestelijke donderdagmiddag de bisschop van Den Bosch liet zien dat bij het samenwerken van de kerken de Rooms-Katholieke Kerk niet mag ontbreken.

Na afloop van de feestdienst kon ik kort spreken met dr. Albert van den Heuvel, die samen met zijn vrouw een ereplaatsje had op de eerste rij. Ik ben de enige hier die er zeventig jaar geleden ook bij was, vertelde hij met gepaste trots, maar ook met dankbaarheid, want hij voegde eraan toe dat hij stukje bij beetje hersteld was van een herseninfarct. Hij had zelfs weer moeten leren praten.

Maar dat was dan de tweede keer, zei ik tegen hem. In 1974 vertelde hij voor een gezelschap van buitenlandse theologen in Leiden dat hij als jonge man
polio had gehad en weer had moeten leren lopen en praten. Wie hem kennen, weten dat dat hem goed is gelukt. De synode-voorzitter die met hem samenwerkte als secretaris-generaal vertelde bewonderend: hij praat desnoods de hele synode plat. En de Wereldraad diende hij jarenlang in de afdeling
communicatie.

Prachtig hoe een feest van velen in deze ene Nederlandse, protestantse broeder verpersoonlijkt werd.

 

R.J. Bakker

 

 

 Reageren? e-mail:

Column Tederheid

12 augustus 2018

Jean Paul Kruk

Tederheid

"There is no charm equal to tenderness of heart".  

Jane  Austen

                                                    

Met tederheid , de derde ‘kwaliteit’ of ‘waarde’ van het hart in 2018, na schoonheid en zachtheid, later volgt nog mildheid, toon je liefde naar de wereld in de mensen rondom je. Tederheid komt voort uit een verlangen om niets, niemand kwaad te doen. Als je gekwetst bent of boos, heb je kracht nodig om een beroep te doen op je zelfbeheersing die tederheid vraagt. Vriendelijk zijn voor je zelf helpt je gemakkelijker te vergeven en mild te zijn voor anderen. Tederheid betekent wijs handelen, een zachte aanraking, een rustig gesprek en welwillende gedachten. Kortom: zacht, liefde vol, gerelateerd aan warme gevoelens, zoals medeleven (empathie) en barmhartigheid (compassie). Een gevoelige antenne voor leed, pijn en verdriet kun je zelf ontwikkelen.

Ik associeer tederheid ook met Jezus en God. Het kindje Jezus, weerloosheid, “kindeke zo teer”, liggend in de kribbe Een God de al “dat teder vallen …” van bladeren van bomen in de herfst, lyrisch beschreven door de dichter Rainer Maria Rilke in zijn gedicht “Herfst” in Zijn handen houdt. Echte tederheid vergt moed: O God die ons zo teder mint (lied 33). Hartverwarmend: “Laat uit je ogen teder heid schijnen , zoals zonnestralen de aarde verwarmen (Hafez). De enige mooie ogen zijn die, welke je vol tederheid aankijken (Coco Chanel). Mooie plaatjes van lammetjes in de lentewei of van herten in hun natuurlijke habitat blijven mij voor altijd bij.

Tederheid is een genezende kracht. Het werkt niet alleen genezend op de ziel, maar ook op het fy sieke. Laat daarom tederheid van je uitgaan! Dat maakt je tot een bijzonder geschenk voor al de mensen, die je mag ontmoeten (Hans Stolp). Tederheid kan een beschadigd mens helen.

Tederheid is een groter bewijs van liefde dan de meest hartstochtelijke eden (Marlene Dietrich).Ze heet een gevoelswaarde: een gevoel(igheid), een liefkozing, innigheid, intimiteit tussen twee men sen. Tederheid is de rust voor de passie (Joseph Joubert) , de stilte voor de storm (JPK). Ze is echter meer dan gevoel: deze eigenschap bewoog Jezus ertoe, uit medeleven, uit barmhartigheid, het initiatief te nemen om anderen te helpen. Jehova’s Getuigen splitsen tederheid zelfs op in de trits: Tedere gevoelens, tedere daden en tedere woorden.

Our greatest struggle lies in the gentleness and tenderness of our heart (Bobby Kennedy).                 Een druppel tederheid is meer dan geld en macht. Boeddha. Ver-teder-end zijn ze altijd: jonge dieren, baby’s.De twee mooiste uitspraken over tederheid kwam ik echter tegen bij de Nederlandse zanger Stef Bos en de Amerikaans-Afghaanse auteur en arts, Khaled Hosseini. Stef Bos in het refrein van zijn nummer “De tederheid”: “Het is alleen de tederheid die telt/Alleen de tederheid die telt/Ze mogen alles van mij hebben/ Heel m’n leven, al m’n geld/Het is alleen de tederheid die telt.” Khaled Hosseini: “Mijn hele leven ben ik bij mannen geweest. Die nacht ontdekte ik de tederheid in een vrouw”.

Tederheid voelt weldadig, zacht, genegen en liefdevol aan. Als een warme deken in een koude winternacht. Is een essentie in een wrede, harde, gewonde en gebroken wereld. Waarin mensen elkaar naar het leven staan. Tederheid is meer dan het emotionele, het fysieke. Het is ook het spiri tuele, werkt helend, is balsem voor de ziel.

Jean-Paul Kruk

 

Reageren? e-mail:

Column Pippi

15 juli 2018

Henny Ridderikhof

Pippi

Terwijl ik deze column schrijf zit ik nog na te genieten van de dienst in de Sloterkerk van afgelopen zondag. Voor wie er niet bij was; bij binnenkomst stonden de stoelen in een kring en in het midden van die kring lagen kinderboeken met Bijbelverhalen, krijtjes en een zwart kleed waar op gekrijt kon worden en een berg KAPLA. Er waren veel kinderen aanwezig, van alle leeftijden. Het was meteen duidelijk; deze dienst zou anders verlopen dan anders. Voor mij als prikkelzoeker voelde deze situatie, alleen al vanwege het uitzicht op de spelende kinderen, als de hemel op aarde. Natuurlijk weet ik dat niet iedereen zo'n viering aanspreekt en ik zeg dan ook niet dat het voortaan altijd zó moet gaan in de Sloterkerk. Want het is fijn dat er in de kerk tijd is voor stilte, liturgie en verdieping. Maar het is ook fijn als je eens verrast wordt! Een feest voor je geest.

Alles ging anders tijdens deze dienst. Zo "moesten" de verhalen dit keer van de kerkgangers zelf komen. De opdracht was om aan diegene die naast je zat het verhaal te vertellen dat als kind zo'n indruk op je heeft gemaakt dat je het nu, en waarschijnlijk je hele leven nog, bij je draagt. Dus ik vertelde over Pippi Langkous, van wie veel levenslessen heb geleerd.

"Pippi is bedacht voor het plezier. Daarnaast heeft ze bewezen dat je macht kunt hebben zonder die te misbruiken. En dat is het moeilijkste wat er is in het leven. " zegt schrijfster Astrid Lindgren over haar personage. Wat niet wil zeggen dat ze niet voor zich zelf (of anderen in nood) opkomt. Grote jongens die eerst met zijn vijven kleine Willem af tuigen en daarna denken in Pippi een nieuw slachtoffer te hebben gevonden gooit ze zó de boom in! Wie had dat gedacht van zo'n dun sprietig meisje? Niet voor niets is mijn favoriete Bijbelverhaal dat over David en Goliath.

In de Bijbel staat; Zoek en je zult vinden. (Matt 7 en Lucas 11). Van Pippi leerde ik dat dat klopt maar dat het wel kan zijn dat je iets heel anders vindt dan verwacht maar dat dat niet erg is. Bij alles roept Pippi enthousiast; "wat een vondst, wat een vondst." Zo kun je teleurgesteld zijn dat je een blik ZONDR KOEKJES hebt gevonden maar je kunt ook je hoofd in het blik steken en spelen dat het nacht is!

Pippi heeft een heel erge hekel aan mensen die het allemaal zo goed weten en denken dat ze anderen de les moeten lezen. Ik ben het volledig met Pippi eens als ze zingt;

"Soms lig ik er wakker van, in de donkere nacht te turen,

ieder wil eens ander zijn schip, zo ontzettend graag besturen,

er zijn wetjes, er zijn regels, regels voor 't fatsoen

maar een mens vergeet wel eens, hoe die het moet doen."

En

En op zondag/ juist als 't niet mag/ verf ik de keuken zwart/ dat lijkt mij heel apart.

Pippi vraagt een bijzonder kerstcadeau aan Tommie en Anika, een trompet. "Maar Pippi", zegt Tommie, " Jij kunt toch helemaal geen trompet spelen?" "Nee", antwoord Pippi, "maar hoe kan je nu trompet leren spelen zonder trompet? " Precies. Het feit je iets nog nooit gedaan hebt is geen goede reden om er niet aan te beginnen.

Tenslotte:

"Ik heb een keer een Chinees gezien, zijn oren waren zo groot, dat hij ze als cape kon gebruiken. Als het heel erg slecht weer was, nodigde de chinees zijn vrienden uit om onder zijn oren te komen schuilen. Daar zaten ze dan en zongen droevige liedjes, terwijl de regen neerstroomde. Ze hielden veel van hem ter wille van zijn oren."

Pippi verteld over een school in Argentinië waar ze bijna altijd vakantie hebben en waar huiswerk verboden is. En "er loopt een lange buis van een toffeefabriek in de buurt naar het schoollokaal en daar stromen de hele dag toffees uit. De kinderen hebben het dus druk met toffees eten." "Maar wat doet de juffrouw dan?" , vroeg een meisjes verbaasd. "Papier van de toffees halen voor de kinderen, dommerd", zei Pippi.

Maar waarom vertel ik van die rare verhalen in deze column? Wat heb ik hier dan voor levensles uit gehaald? Dat je een goed verhaal nooit kapot moet checken natuurlijk, dommerd.

En nu zeg ik: Saluut jongens, het wordt tijd dat ik weer eens de zeewind in mijn neusgaten voel en door de bossen van Zweden ga zwerven.

 

Henny Ridderikhoff

Reageren? e-mail: 

Column Een nieuw vergaderen in onze kerk

10 juni 2018

Robert-Jan Bakker

EEN NIEUW VERGADEREN IN ONZE KERK

Je vindt ze overal, in alle gemeenschappen en verenigingen, in dorp en steden, in landen en werelddelen tot aan de hoogste vergadering van de volkerengemeenschap in New York aan toe: vergaderingen. Samensprekingen van mensen die een gezamenlijk belang hebben en er de zin van zien om daar moeite en tijd aan te besteden. Ook in de kerk is vergaderen een vertrouwde gewoonte, ook al loopt niet iedereen daar warm voor.

Afgelopen week besteedde het dagblad Trouw aandacht aan de nieuwe bestuurlijke indeling die per 1 mei 2018 van kracht is geworden in de Protestantse Kerk in Nederland. Vanaf de hervorming zijn naburige plaatselijke geloofsgemeenschappen samengebracht in classicale vergaderingen. Het Latijnse woord classis betekent vloot. Een mooie beeldspraak die zegt dat geloven niet tot één plaats beperkt blijft. Besloten is om de 74 kleinere, regionale vergaderingen te laten opgaan in elf grote ressorten, die meestal met de provinciegrenzen samenvallen.Alleen niet in Gelderland en Zuid-Holland, omdat het aantal plaatselijke gemeentes daar te groot is.

De bedoeling is dat zo minder mensen in de kerk tijd hoeven te steken in vergaderen. Daar ligt ook meteen een van de zwaktes, want voortaan zullen niet alle lokale gemeenschappen een vertegenwoordiger in de classis hebben. Nieuw is ook dat iedere classis een vrijgestelde predikant krijgt die te vergelijken is met een bisschop, maar beslist niet zo genoemd mag worden. In de calvinistische traditie wordt immers niet bestuurd door eenlingen, maar door groepen mensen.

De tijd zal leren of die classis-predikanten zich kunnen ontpoppen als bazen, ook al is duidelijk vastgelegd dat zij in een collegiaal verband geplaatst staan. Of omgekeerd de vraag of zij, met zo’n leidende positie, wel genoeg bevoegdheden hebben. Nieuw is ook dat de plaatselijke gemeenten voortaan niet meer door een dominee en andere ambtsdrager samen worden ‘gevisiteerd’, maar dat de classis-predikant dit alleen gaat doen. Nog een reden om te betreuren dat deze nieuw weg is ingeslagen.

Ach, waarde lezer, ik zal de classis-oude-stijl niet ophemelen, want waar mensen samenwerken, zullen altijd de nadelen en minpunten zijn. We gaan avonturen hoe het bestuur in de nieuwe opzet zal verlopen. Met bevlogen beroepskrachten en kerkenraadsleden die vergaderen geen verspilde tijd vinden, maar er de zin van zien om met het schip van de kerk verder te kunnen varen door de tijd.

 

R.J. Bakker

 

 

 Reageren? e-mail: