Column Wat moeten wij als kerk op Facebook?

5 april 2015

Fred Omvlee bij lancering MijnKerk.nl

Wat moeten wij als kerk op Facebook?

U geniet van de zondagse kerkdienst. U geniet van de ontmoeting met anderen en de dominee biedt altijd wel iets om over na te denken. Heerlijk. U zou het voor geen geld willen missen. De groep bezoekers is niet groot en wordt jaar na jaar wat kleiner. Toch wonen er tienduizenden mensen in de directe omgeving. Die hebben het vast druk, met hun jonge gezin, of hun drukke baan. U heeft zelf niets met internet. Ja, bankieren is handig via de computer. En mail is ook handig. Wat moeten wij nou met Facebook en Twitter en al die dingen?
Dat is zo vluchtig. Liever heb ik echt papier in mijn handen.

U hebt gelijk. Niettemin is er iets om u heen bezig, waar u veel plezier aan zou kunnen beleven als kerkgemeenschap. Want die tienduizenden om u heen, hebben ook behoefte aan de diepgang van de Bijbelse verhalen. Behoefte aan even rust en bezinning. Maar liever niet op zondagochtend, als ze eindelijk kunnen ontbijten met het gezin, of wielrennen met vrienden. Via Facebook en Twitter volgen ze wel wat er in de buurt gebeurt. En bezoeken ze wel eens een interessante avond van de politieke partij naar keuze, of van een actiegroep. Misschien ziet die buurtbewoner ineens dat er een bijbelkring is of een koffieuurtje. En schuift hij of zij aan...

En het korte filmpje waarin de dominee vertelt wat zijn drijfveer is, doet het goed op Facebook. Je krijgt het gevoel dat je hem al een beetje kent, als je hem ontmoet.

De sociale media zijn niet wezensvreemd aan de kerk. Ik geloof dat de apostel Paulus zelfs de eerste was die via mails communities stichtte. De kerk is het oudste sociale medium dat we kennen! Met de pastoors en dominees als community-managers. Facebook, Twitter, Youtube zijn slechts middelen die het gewone kerkelijke leven aantrekkelijker kunnen maken. Wonderen zullen ze niet verrichten, maar er onbevangen en met plezier gebruik van maken mogen we als kerken en vrijwilligers en dominees wel!

Het advies is simpel: begin er eens mee. Twitter elke week dat er een koffieuurtje of bijbelkring of kerkdienst is. Met link naar de website. Reageer op andere activiteiten in de buurt. Wordt een vriendelijke verschijning in de sociale media. En het gezicht van u als lokale kerk zal bekender worden. Misschien zeggen mensen wel: wat leuk dat jullie er zijn! Laten we samenwerken!

Ik wens jullie veel plezier met de sociale media toe.

Fred Omvlee
dominee van pioniersplek internetkerk www.mijnkerk.nl

Column Voorjaar 2015

21 maart 2015

Gert Verweij

Voorjaar 2015

Als columnist is het niet mijn taak om de actualiteit te becommentariëren. Daar zijn er al genoeg van. Zoals Fons Jansen al zei ”er zijn meer nieuwsdiensten dan nieuws”. Maar toch, ik kan er even niet omheen.

Het was Nationale Bomen Dag. Overal in het land werden bomen gepland. Nu heb ik als stadse jonge niet zo veel met bomen. Ik schreef daar eerder over. De enige boom die ik mij herinner stond in de achtertuin van mijn grootmoeder. Nou ja, tuin. Een postzegel van vier bij vier. Opa had de boom zelf gepland en sprak nadat hij de staak in de grond had gezet, boompie groot, plantertje dood. Ware woorden. Volgens oma was het een pruimenboom. Het moest erbij gezegd worden, want vrucht heeft die niet gedragen. De boom was breed en laag, meer een opgeschoten struik. Zelfs als kind kreeg ik altijd een tak in mijn gezicht. Waarom heeft niet een van mijn ooms dat kreng omgehakt? Een boom is om je fiets aan op slot te zetten.

Ook Bijbels had ik niets met bomen. Als ik een bijbelverhaal hoorde over bomen, zat er een tollenaar in, of hingen er misdadigers aan. Ik kreeg weer een tak in mijn gezicht en opa was dood. Kortom negatieve associaties genoeg. Ben ik selectief doof?

De kentering kwam een paar jaar geleden. In een televisieprogramma over een mooi Engels landhuis in een wijds park, werd een 500 jaar oude eik omgehakt. De voice-over sprak met gedragen stem dat eeuwen historie met een klap werd vernietigd. Wat bleek. Er was in het landhuis een vloerbalk doorgerot. De opzichter had ter vervanging van de balk de boom omgehakt. Kijk maar zei hij. En hij haalde een boekwerkje uit de 16e eeuw erbij. Deze boom is ooit gepland met als doel om die balk te vervangen. De bouwers van toen hielde er al rekening mee. Eeuwenlang hebben de op een volgende tuinmannen de boom vertroeteld zonder er verder wat mee te doen. Ze wisten het. Verzorgen en doorgeven aan de volgende generatie. Het doel komt eens.

En ineens zag ik een boom die er al jaren stond. Ik heb hem bijna mijn hele leven al gezien, maar nooit was hij opgevallen. Gepland lang voor mijn tijd.1861. Ik moest het nota bene het in de profane krant lezen. De mooiste boom van Amsterdam! In de tuin van de pastorie van de Sloterkerk. Een rode beuk. Nou dat zal wel. Maar de omschrijving. Niet de oudste, maar wel een van de oudste. Niet de dikste, maar wel een van de dikste, Niet de hoogste, maar wel takken hoog in de hemel. Niet de meest exotische, maar wel bijzonder in zijn soort. Echt een boom dat als je hem eenmaal gevonden hebt elke keer wat nieuws ontdekt. En dat in de schaduw van de Sloterkerk. Nu is de vraag. Is de kerk een afspiegeling van de boom of andersom? Verzorgen en doorgeven aan de volgende generatie. Het doel komt eens.

Geert 

Reageren?

03212015 GV Column Geert voorjaar 2015

Column Ik geloof dat ik het niet weet

  

8 maart 2015

Amarja Bol

Ik geloof dat ik het niet weet 

Maandag is de tweede avond  van de serie “Wat geloven we eigenlijk”. De eerste avond bekeken we bestaande belijdenisteksten, zowel oud als nieuw. Voor de tweede avond is de opdracht om te proberen zelf een tekst te schrijven.

Geloven is iets anders dan weten. Ik geloof dat God bestaat is toch van een andere orde dan ik geloof dat het buiten weer droog is. Ik geloof dat God de wereld geschapen heeft is dan weer geloofstaal, want ik volg de wetenschap in haar ideeën over oerknal en evolutieleer. Ook al kan ik die theorieën niet altijd volledig bevatten.

De westerse cultuur is er één waarin de ratio dominant is. Wat dat betreft ben ik zeker een kind van mijn tijd. Voor mij betekent dit ook dat het spreken over geloven, zonder weten lastig is. Waar haal ik de juiste woorden vandaan of zou ik het in beelden of muziek moeten zoeken?

In gesprek met niet gelovigen merk ik dat zij van mij willen horen dat ik onderschrijf dat wat gelovigen beweren allemaal waar en bewezen is. Ik voel me soms voor een soort keus gesteld of je verdedigt de bijbel van kaft tot kaft als wetenschappelijk bewezen en bent een malloot of je zweert alles af en je behoort tot hun groep van verstandigen. Hoe leg je uit dat er naast geloven=wetenschappelijke waarheid ook zoiets als inspirerend geloven bestaat?

Ik heb een diaken gekend die nog wel eens wilde verzuchten; was ik maar fijn heiden gebleven! Ik zeg het haar in deze niet na. Ik hoop op inspiratie van de Geest en ik heb er vertrouwen in dat ik maandag een geloofsbelijdenis op papier heb. Ik verheug me op het gesprek over al onze pogingen en ervaringen om een belijdenis te schrijven.

Amarja Bol

 

 Reageren? e-mail:

 

Column Uitdaging

21 februari 2015

Henny Ridderikhof

Uitdaging

Ben ik als hulpverleenster in de wieg gelegd of is het willen helpen een gevolg van mijn protestantse opvoeding? In ieder geval stond dat wiegje wel in het Diaconessenziekenhuis (in Rotterdam). Ik denk dat de verpleegsters in 1965 nog wel protestants waren maar ook dat ze gewoon een CAO hadden en geen liefdewerk meer verrichten.  Wat in mijn jeugd nog “dankbaar werk” werd genoemd valt nu onder de “verspilling in de zorg”. Daarom had men mij op mijn werklocatie voor dit jaar alvast niet meer op de begroting gezet maar dankzij zo'n  CAO ben ik nog steeds lekker aan het werk. Nou ja, lekker. Als ik als spelbegeleidster denk te zien dat een van de kinderen op mijn werk mijn specialistische hulp nodig heeft mag ik dat niet zomaar geven. De vraag moet bij de cliënt vandaan komen, het liefst gesteld aan een keukentafel. Ja, de keukentafel, de plaats waar ik vroeger altijd te horen kreeg; kinderen die vragen worden overgeslagen. En nu worden kinderen die niet vragen juist overgeslagen. Grappig toch? Gelukkig hebben veel kinderen (maar niet alle) bij ons ouders of pleegouders en die mogen het dan ook vragen. Als de vraag eenmaal door de ouders van het kind is gesteld moet er eerst gekeken worden welke formule er bij het kind hoort. Dit is een combinatie van letters en cijfers die ik zelf niet kan ontcijferen maar gelukkig hebben we daar geleerde mensen voor in dienst. Als de formule ontleed is krijg ik een “go” of niet. Dit heeft helemaal niets met de urgentie of wellicht de overbodigheid van de gestelde vraag te maken, alleen maar met de financieringsvorm die uit de formule is komen rollen. Als ik een “go” krijg mag ik als professional een doel formuleren. Het doel moet natuurlijk SMART zijn want verspilling van belastinggeld ligt altijd op de loer. Maar omdat ik met kinderen werk die meerdere beperkingen (of uitdagingen) tegelijk hebben is dat soms best lastig en heb ik spijt dat ik geen dolfijnentrainster ben geworden: '”Flipper kan op 1 juni 2015 bij een watertemperatuur van 7,2 °C in het hoofdbassin 3 seconden een strandbal met een diameter van 51 centimeter op zijn snuit laten balanceren.” Ja, dat kan ik wel. Maar de kinderen waar ik voor werk hebben een empathische accepterende begeleidingsstijl en een gevoel van veiligheid nodig voor ze open staan voor het nemen van een klein volgend stapje in de ontwikkeling. En dat soort zaken zijn vaak lastig SMART te formuleren. Hoe vaak heb ik in mijn leven al te horen gekregen; “je moet wel veel geduld hebben voor dat werk”. Inderdaad.....u moest eens weten! Bij de kinderen kan ik dat geduld zonder moeite opbrengen. Maar geduld hebben met de regeltjesmakers, dat is voor mij dan weer een uitdaging!

Henny Ridderikhoff

Reageren? e-mail: 

Column Rekenen

 

28 december 2014

Robert-Jan Bakker

Rekenen

Over een paar dagen zal het weer even wennen zijn om het juiste jaartal te schrijven, al nemen ook daarbij machines ons werk uit handen. Veel rekenwerk voor het nieuwe jaar is al gedaan. Er begrotingen voor 2015 opgesteld met te verwachten inkomsten en wenselijke uitgaven. Koersen we aan op een tekort of een batig saldo? Op het kerkelijke erf met teruglopende ledenaantallen is het eerste meestal het geval.

Kunnen we ook ontkomen aan allerlei rekenwerk? Zijn we al over het hoogtepunt van het rationalisme heen? Of wordt het rekenen in de samenleving steeds erger, zelfs op gebieden die van oorsprong juist niet exact zijn? Schooljuffen en -meesters zitten, als de kinderen naar huis zijn, meer dan een uur getalletjes voor hen in te voeren. Gezondheidszorg is bijna hetzelfde als calculatie geworden. In de Protestantse Gemeente van Amsterdam kunnen we er ook wat van. Elke wijk-gemeente krijg in procenten nauwkeurig uitgerekend hoe groot de predikantsplaats mag zijn. Heel rechtvaardig, want voor alle delen van de stad worden dezelfde maatstaven gehanteerd. Merkwaardig blijft het wel, de zielzorg in pietje-precieze getallen uitgedrukt. Het Zuid- Afrikaans heeft een voorliefde voor woorden die aan de taal eigen zijn. Je neemt in een hoog gebouw niet de lift, maar de hijsbak. Op de werktafel staat een rekenaar en niet een computer. Die rekenaar is zo ongeveer overal onze baas geworden. Feilloos laat hij zien in welk jaar we straks zijn aanbeland. Misschien moesten we hem af en toe maar eens werkeloos laten staan en onze intuïtie aanspreken. Het jaartal kunnen we in de kortste keren onthouden. Het helpt dat het begon met de geboorte van een persoon. Aanmoediging om in het nieuwe jaar van onze Heer meer van personen dan cijfers uit te gaan?

R.J. Bakker

 

 

 Reageren? e-mail: